Tradities, gebruiken en gewoonten

Vandaag de dag is het beroep 'kaasdrager' een erebaan. Het gebeurt naast de reguliere betrekking van de kaasdragers. Veel tradities en gebruiken uit vroeger tijden zijn nog in stand gehouden. Er is een huishoudelijk reglement waarin valt te lezen hoe degene die op de markt werken zich behoren te gedragen. Zo is het bijvoorbeeld verboden om te vloeken. Het kan natuurlijk gebeuren dat er een kaas van de berrie rolt tijdens het lopen. In plaats van schelden roepen de kaasdragers dan altijd het woord 'uil'! Ook vechten, roken en het nuttigen van alcohol tijdens de kaasmarkt is ten strengste verboden. Zodra het marktplein leeg is, vloeit het bier echter rijkelijk. Regelmatig haalt een van de gildeleden daarbij warme worst of saucijzenbroodjes.
Wanneer een noodhulp tot kaasdrager wordt benoemd, bedenken de kaasvader en de overman een passende bijnaam voor hem. ‘De zwerfkei’ bijvoorbeeld, kreeg zijn naam omdat hij de hele aardbol heeft bereisd (en omdat hij een kei van een gozer is). De kaasvader heeft als bijnaam ‘de tolk’ wat weer te maken heeft met zijn kunst zich verstaanbaar te maken in de vreemde talen en dialecten. Andere bijnamen zijn; ‘de mauwer’, ‘de borrel’, ‘slodder’ en ‘de tulp’. Er is ook een 'eregilde'. Op de kaasmarkt worden eens per jaar personen die een bijzondere verdienste hebben verricht voor de Noord-Hollandse kaas, benoemd tot eregilde-lid.







