Geschiedenis

Al in de prehistorie werd in Nederland kaas gemaakt. De provincies Noord- en Zuid-Holland en Friesland waren vanwege hun natte bodem het meest geschikt voor melkveehouderij. Kaas werd tot aan de negentiende eeuw gemaakt op de boerderij. De boeren specialiseerden zich in zuivelbereiding, zodat zij ook aan de bevolking in steden konden leveren. Vanaf de Middeleeuwen werd Nederlandse kaas ook naar het buitenland verscheept. In de Gouden eeuw had Nederland al een reputatie als kaasland. Er kwam ook een kwaliteitskeurmerk voor de Hollandse kaas, waarbij vooral werd gelet op het juiste vetgehalte van de kazen. Dit wordt toegepast sinds 1913.

Dat Nederland is uitgegroeid tot één van de grootste kaasproducenten van Europa moge duidelijk zijn. Er wordt ruim 674.000 ton kilo kaas geproduceerd. Export vindt plaats naar 130 landen, waarvan Duitsland het belangrijkst is. Duitsland zelf is echter de grootste kaasmaker van Europa met zo’n 1,85 miljoen ton.