Soorten kaas
De
leeftijden:
- Jong 4 weken gerijpt
- Jong belegen 8 weken gerijpt
- Belegen 4 maanden gerijpt
- Extra belegen 7 maanden gerijpt
- Oud 10 maanden gerijpt
- Overjarig 1 jaar of langer gerijpt
Soorten kaas:
- Goudse kaas
Nederlands bekendste en belangrijkste kaassoort. Rond en plat van vorm. Een Goudse weegt ongeveer 12 kilo. - Edammer kaas
Het bekende bolvormige kaasje. Gewicht is 1,7 kilo. Buiten Nederland is dit kaasje bekend door zijn rode wikkel. - Leidse kaas
Komijnekaas ook wel ‘pitjeskaas’ genoemd door de toegevoegde komijnzaadjes - Hollandse gatenkaas
platronde kaas met bolle bovenkant, meestal het merk Maaslander of Leerdammer. De gaten worden veroorzaakt door een bacterie in de kaas. - Friese nagelkaas
Stevig geperste kaas, gemaakt van magere melk met toevoeging van komijn en kruidnagel. - Kruidenkaas
Kaas met niet-traditionele kruiden als mosterd, ui, peterselie, bieslook, brandnetel of peper. - Geiten- en schapenkaas
Pittige kaas van geiten- of schapenmelk. Wit van kleur. - Rookkaas
Vaak in de vorm van een lange worst met een bruine korst. Tegenwoordig met toevoeging van rookaroma’s aan de zuivel maar in vroeger tijden echt gerookt. - Smeerkaas
Een smeerbare kaassoort door toevoeging van botervet. In diverse variaties en smaken verkrijgbaar. Het gesmolten product wordt verhit en is daarna lang houdbaar.
Harde en zachte kaas
De meeste Nederlandse kaassoorten vallen in de categorie
‘harde kaas’ of ‘snijdbare kaas’. Dit heeft te maken met het watergehalte in
kaas en de rijpingsduur. Harde kaas, bijvoorbeeld Emmenthaler uit Zwitserland en
Parmezaanse kaas uit Italië, is nauwelijks te snijden en bestaat voor maximaal
56% uit water door het lange rijpingsproces. Gouda en Edammer zijn ‘snijdbare
kazen’ die voor zo’n 54 tot 63% uit water bestaan. Zachte kazen zijn kort
gerijpt en romig. Ze bestaan voor meer dan 67% uit water, bekenden zijn
Camembert en Brie.
Graskaas
In de tijd dat alle kaas nog op boerderijen werd gemaakt, zat er een duidelijk kwaliteitsverschil tussen de zomer- en winterperiode. ’s Winters sprak men van ‘hooikaas’, de koeien aten geen vers gras en de melk en kaas waren minder lekker. De kaasliefhebbers keken dan ook altijd uit naar de lente, wanneer de koeien weer graasden op het nieuwe lentegras. Zodra de eerste verse melk van de koeien kwam werd er kaas van gemaakt. Na vier weken rijpen, was de voorjaars- of graskaas klaar voor consumptie. De kwaliteit van kaas is tegenwoordig het hele jaar bijna gelijk, maar de smaak van graskaas blijft te proeven; bijzonder fris, mild en mals. Op de Alkmaarse kaasmarkt wordt komst van de eerste graskaas gevierd op ‘Graskaasdag’. Dit is altijd begin juni en gaat gepaard met veel activiteiten en optredens op de markt. De eerste partij graskaas wordt geveild voor een goed doel.







